Kat drinkt veel en plast veel: neem dit signaal serieus

Laatst bijgewerkt: 11 juli 2026 | Onderdeel van: de serie De kattenbak als gezondheidsmonitor

Het korte antwoord: is veel drinken en veel plassen erg?

Een kat die blijvend meer drinkt en meer plast dan voorheen, heeft dat vrijwel nooit “gewoon van de warmte”. Het is het klassieke vroege signaal van chronische nierschade, diabetes of een overactieve schildklier — drie aandoeningen waarbij vroeg ingrijpen het verschil maakt. Plan binnen enkele dagen een dierenartsbezoek met urine- en bloedonderzoek, zeker bij katten vanaf tien jaar.

Waarom dit signaal zo belangrijk is

Van alle dingen die je in de kattenbak kunt aflezen, is dit degene die het vaakst wordt gemist — juist omdat er niets “vies” of alarmerends te zien is. Geen bloed, geen persen, geen ongelukjes. Alleen: de waterbak is sneller leeg, je vult vaker bij, en bij het scheppen til je steeds zwaardere klonten uit de bak. Veel eigenaren merken het pas op als de kat óók gaat vermageren of dof wordt — en dan is een aandoening als nierschade vaak al ver gevorderd.

De medische term is polyurie/polydipsie (veel plassen, veel drinken), en het mechanisme is bijna altijd hetzelfde: het lichaam verliest te veel vocht via de urine en compenseert met dorst. De drie grote veroorzakers bij katten:

Chronische nierschade (CKD). De nieren kunnen urine niet meer goed concentreren. Dé ouderdomsaandoening bij katten: een aanzienlijk deel van de katten boven de tien jaar krijgt ermee te maken. Niet te genezen, wél goed te vertragen met dieet en behandeling — mits je er vroeg bij bent. Precies daarom is dit signaal zo kostbaar.

Diabetes mellitus. Suiker trekt vocht mee de urine in. Komt vaker voor bij katten met overgewicht en gaat vaak samen met veel eten én toch afvallen. Vroeg behandeld (insuline, dieet, afvallen) kan een deel van de katten zelfs in remissie komen.

Overactieve schildklier (hyperthyreoïdie). De stofwisseling staat in de hoogste versnelling: veel eten, vermageren, onrust, veel drinken en plassen. Typisch een aandoening van de oudere kat en goed behandelbaar.

Daarnaast kunnen ook een baarmoederontsteking (bij ongesteriliseerde poezen), bepaalde medicijnen (zoals prednison) en leverproblemen dit beeld geven. De verdeling maakt voor jou weinig uit: het onderzoek is telkens hetzelfde startpunt.

Eerst meten: drinkt je kat écht te veel?

“Veel” is subjectief, dus meet het twee dagen. Zo doe je dat betrouwbaar:

Vul alle waterbakken ’s ochtends met een afgemeten hoeveelheid (bijvoorbeeld 500 ml per bak, even afmeten met een maatbeker). Vul de volgende ochtend opnieuw af met de maatbeker en noteer hoeveel erbij moest — dat is de dagconsumptie. Zet tijdens de meting een identieke controleschaal neer op een plek waar de kat niet kan komen, om verdamping te corrigeren. Heb je meerdere katten, dan meet je noodgedwongen het huishouden als geheel — tenzij je een drinkbak met chipherkenning gebruikt (daarover zo meer).

De vuistregel: een gezonde kat drinkt grofweg tot zo’n 50 ml per kilo lichaamsgewicht per dag, waarbij katten op natvoer veel minder los drinken (het vocht zit al in het voer). Structureel richting de 100 ml per kilo per dag is het formele alarmniveau, maar wacht daar niet op: een duidelijke, blijvende stijging ten opzichte van het oude patroon van jouw kat is al reden voor onderzoek. Let op de omgekeerde valkuil: schakel je net over van natvoer naar brokken, dan hóórt je kat meer te gaan drinken. Twijfel je juist of je kat genoeg drinkt, lees dan drinkt mijn kat te weinig?

In de kattenbak zie je de andere kant van dezelfde medaille: steeds grotere en zwaardere klonten, en vaak meer klonten per dag. Weeg desnoods een week lang de grootste klont van de dag op een keukenweegschaal — het klinkt gek, maar een genoteerd getal overtuigt jou (en helpt je dierenarts) meer dan een gevoel. Hoe je alle baksignalen systematisch leest, staat in de hoofdgids van deze serie.

Meten per kat in een meerkatshuishouden

Met twee of meer katten is de grote vraag: wíé drinkt er zoveel? Tijdelijk isoleren (kat + eigen water + eigen bak in één ruimte gedurende een dag) is de gratis methode. Wie het structureel wil bijhouden — bijvoorbeeld omdat één kat al een niersdiagnose heeft — kan kijken naar de SureFeed Felaqua Connect: dat is het enige apparaat op de Nederlandse markt dat via de chip per kat registreert hoeveel er gedronken wordt. Voor precies deze situatie is dat apparaat gemaakt; voor een gezond eenkatshuishouden is het overbodig, en dat schrijf ik in de review ook gewoon op.

Felaqua Connect op Bol.com (€138,45) →

Meet per kat de waterinname. Lees eerst de volledige review — hij is niet voor iedereen zinvol.

Bij de dierenarts: wat je kunt verwachten

Het standaardonderzoek is een combinatie van urine (vooral de dichtheid: verdunde urine bevestigt het beeld, plus glucose voor diabetes) en bloed (nierwaarden, schildklierwaarde T4, glucose/fructosamine). Neem je meetresultaten mee: dagconsumptie in milliliters, gewichtsverloop en wat je in de bak ziet. Met die cijfers op zak is het consult gerichter en vaak goedkoper — je slaat de fase “eerst maar eens thuis observeren” over.

En om de belangrijkste vraag voor te zijn: ja, ook als de uitslag “chronische nierschade” is, is vroeg weten winst. Nierdieet en behandeling kunnen de achteruitgang aantoonbaar vertragen, en een kat kan met vroege CKD nog jaren goed leven. Het somberste scenario is niet de diagnose — het is de diagnose die twee jaar te laat komt.

Veelgestelde vragen

Hoeveel hoort een kat per dag te drinken?

Grofweg tot zo’n 50 ml per kilo lichaamsgewicht per dag, alles meegerekend — een kat op natvoer drinkt daarvan het grootste deel “onzichtbaar” via het voer en lept dus weinig. Structureel richting 100 ml per kilo is het formele alarmniveau, maar elke duidelijke en blijvende stijging ten opzichte van het eigen patroon verdient onderzoek.

Kan warm weer de oorzaak zijn?

Op een hete dag drinkt elke kat meer — dat is gezond. Het verschil: warmte-gedreven dorst is tijdelijk en volgt het weer. Blijft de consumptie ook in koele weken verhoogd, dan is het weer niet de verklaring.

Mijn kat drinkt veel maar eet en gedraagt zich normaal. Kan ik afwachten?

Liever niet. Juist in het stadium waarin de kat zich nog normaal gedraagt, valt er het meest te winnen — zeker bij nierschade, waar elk vroeg gewonnen jaar telt. Het onderzoek is relatief eenvoudig en geeft snel duidelijkheid.

Mijn kat drinkt veel uit de kraan of fontein — telt dat mee?

Zeker, alle bronnen tellen. Kraan- en fonteindrinkers zijn lastiger te meten; noteer dan vooral de indirecte maat: klontgrootte en -aantal in de bak. Groeien die mee, dan is de consumptie echt gestegen.